Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NGÈWANDKUNDIGE TAFELEN. 13

4<ie T A F EL.

Van den Slokdarm, de Maag en Darmen.

I.

De Slokdarm (oefophagut) is die vliezige buis, welke van het agterfte gedeelte des monds begint, tusfchen de hals- en ruggewervelen en de lugtader, en dit wel eenigzins ter linkerzyde, naar beneden gaat, ny den vyfden ruggewervel naar de regter, en by den ne. genden wederom naar de linkerzyde buigt, eindelyk het middenrif doorboort, en aan de maag met eenen mond, die krop (cardia) geheeten word, eindigt. Het bovenfte gedeelte des flokdarms is byna van gedaante als een trechter, wordt flokdarmshoofd (pbarynxj f heeten, en is meerendeels van fpierachtig maakfel, gelyk ik zuIKs in myne Spierkundige Tafelen aangetoond heb.

Het overige gedeelte van den flokdarm beftaat uit eenige vliezen, bloed- en watervaten en zenuwen, ii De vliezen zyn de volgende: ÏÏ.L;**

a. Het buitenfte en eerfte heet vliezige rok (tunica membranacea), welks oorfprong men van het nonevlies afleid. , .

b. De tweede heet fpierachtige rok (tumca musculoja),

en is hoofdzaakelyk uit tweeërlei vezelen iamengefteld. De buitenfte zyn over langs loopende, en binnenfte krultrekkig, ea gaan van boven naar berieden

c. De de'rde de zenuwachtige rok (tunica nerveaj, en

is een vervolg van de zenuwachtige der maag.

d. De vierde heet donsachtige rok (tunica ™"°Ja)» deeze heeft op deszelfs uitwendige oppervlakte kleine kliertjes, waar uit een flymerig vocht afgefcheiden wordt, dat de inwendige buis des UoKdarms glibberig maakt. Tusfchen deeze vliezen vindt men altoos eene celachtige zelfftandigheid, waar in de vaten gelegen zyn.

2. De bloedvaten zyn de volgende: a. Twee of drie flokdarms - flagaderen, welke van het

voor-»

Sluiten