Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aan mijne LANDGENOOTEN.

treffelijke», grondflag voor cene algemeene verlichting. Een Zegen ruste dus op1 dezen

Edelen. —- Dat zijne poogingen, in zo verre hij de eerfte was, die aan zo netelig een onderwerp durfde arbeiden, en dus zich bij geheel het menschdora ten hoogften ver* dienftelijk maakte, met de fchoonfte, de heerlijkfte belooning voor een waarlijk mensch-

lievcnd hart bekroond worde dat hij den

boom, eenmaal door hem geplant, wel dra de voortreffelijkfte vrugten van geluk en eeno wezenlijke volmaaking zijner natuurgenooten, in het kort zie voordbrengen. Dat men de fchriften van dezen achtens-

waardigen Geestelijken te weten zijn ftuk

over de Staatsomwentelingen■> en ook dit, geftadig

uit zulk. een oogpunt befchouwe « als dan,

gcloove ik, dat men onbevooroordeeld handelen, dat men hem ten vollen recht doen zal. Dan, niet te min begreep ik reeds bij do * 3 eer-

Sluiten