Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CM

Maar, Edelmoedigen: zoudt gij de deugd verachten! Door gierigheid verblind , dus onmedoogend zijn ! Dit aaklig denkbeeld heeft geen fchijn:

Neen, lieve Weezen! neen, gij kunt haar gunst verwagten. Een vrije Batavier, fchenkt God hem goud, vergeet Nooit zijn' natuurgenoot, bij 't prangen van zijn leed.

Uw mededogend hart, 6 bloem der Burgerij*I Vertoont zich zonneklaar in 't goud, dat gij bezit; Wij kennen uw godsdienftig wit,

Zoo uwe hand een deel aan 't fchaamel weesje wije , Nooit zendt dit zuchtend kroost naar U zijn boczcmklagt, Of 't ziet zijn drukkend lot door uwe gunst verzagt.

Gij voelt een flille vreugd, als 't Weesje, nu verftccken Van ouderlijke hulp, zich werpt in uwen fchoot, En U, als zijn natuurgenoot,

Met een vrijmoedig hart, om uwe hulp komt fineeken : Dan fmaakt Gij zali-ghcén, wanneer gij 't lieve wicht De zilte traanen droogt van 't vriendlijk aangezigt.

Het

Sluiten