Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 24 )

kerk den Godsdienst zelve zal ondermijnen ? Maar onze Godlijke Meester heeft zich nimmer van den Romeinfchen Stadhouder, of van den Joodfchen Hoogepriester; nimmer van den fcepter of het zwaard tot voortplanting zijner leer bediend: nooit zag men hem in paleizen of raadzaalen , maar langs de (branden en in woestijnen zijne wetten verkondigen.

Of zijt gij bedugt, dat het Ongeloof of een zooge* naamd natuurlijk Christendom den ontledigden zetel der heerfchende kerk zal inneemen , en van daar u haar vermogen zal doen gevoelen, u met fmaad en verachting zal overlaaden? Ook ons zoude dit denkbeeld met fmart vervullen ; maar wij zouden niet u, niet ons zelven, maar onze vervolgzieke medebroeders betreuren: wij immers weeten, dat zij, die om het Christendom vervolgd worden , in de beloften en vooruitzigten van deezen Godsdienst de volkomenfte vergoeding vinden. Daarenboven wee* ten wij , dat tegenfpoeden ook den Godsdieust zelve louteren en verlterken: immers nooit blonk het Christendom met eene onbevlektere luister; nooit wierd de Christelijke broederband vaster geftrengeld, en heiliger bewaard, dan toen de vervolgzugt der Keizers zich met het bloed haarer die* naaren bezoetelde: nooit was deeze Godsdienst zoo verlaagd en verbasterd, dan toen dezelve zich met het Keizerlijk purper bekleedde, en in de paleizen der Hovelingen was doorgedrongen. Overweegt, bidden wij u, deeze bedenkingen, en openbaart ons uwe opkomende twijfelingen, of keert in onzen kring weder, en aanvaart de hand van broederfchap, welke wij u met de hartelijkfte genegenheid toereiken.

Maas

Sluiten