Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van FRIESLAND. 513

hielp hem hiertoe, onder anderen, dat hy, op zyn verzoek, door Keizer Karei den IV, tot Graaf van Henegouwen, Holland en Zeeland, en tot Heer van Friesland wierd aangeiteld, met bevel aan de Landzaaten , om hem hier voor te erkennen. Uit de Openbrieven daarvan zynde, ziet men dat de Keizers deeze landen nog als Ryksleenen bleeven aanmerken. Ondertusfehen is 'c opmerkelyk, dat Albrecht, daar hy door den Keizer, reeds omtrent den jaare dertienhonderd eenenzeventig, tot Graai en Heer was aangeiMd , echter tot in hei jaar dertienhonderd negenentachtig, in zyne brieven , hier te lande verleend, den naam van Ruwaard heeft gevoerd waarfchynlyk mag men daaruit befluiten, dat de Keizerlyke brieven, by de Landzaaten, niet krachtig genoeg geoordeeld zyn om Albrecht, voor zyn Broedei Willems dood, voor Graave en Heere te doer aanneemen (§).

Men heeft te meer reden om dit van dc Friezen te denken, wyl Hertog Albrecht, by een Openbrief van den vyfentwintigften van Lentemaand des jaars dertienhonderd zevenenzestig ( f ) , aan die van Stavoren befcherming er vrygeleide heeft toegezegd, ingcvalle hunne Stad door de Friezen vernield moge worden 't Welk hy zeer waarfchynlyk niet gedaan zoi hebben , indien de overige Friezen even ge reed als die van Stavoren geweest waren on zich aan hem te onderwerpen; of geen blyk

baa

( J) Vaderl. Hist. IK. D. bl. 304.

! n Groot Cliarterb. vanFrieil. I. D. bl. S29.

kU Kk

Bekkop* te Historie.

Wordt door den Keizer tot Graaf en Heer deezer land»u| aangeiteld,

l

^Hy be-

' looft aai die van Stavoren

1 befcherming en

: vrygeleide.

I

l

r

Sluiten