Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C 350 )~

beftendig. Men wordt niet gemaklijk zijn vriend; maar is men het eenemaal geworden; dan kan men op zijne vriendfchap reekenen.

• Deze deugd ontdekt zich verder in de befluiten en, derzelver uitvoering. De onvaste man befluit terftond; zijne ziel wacht flechts de eerfte ftreek van den ftrijkftok af, om daarmede inteftemmen. De ftaudvastige befluit langzaam; bereekent vooraf alle; de zwaarigheden, zoo wel die komen kunnen , als die daadelijk aanwezig zijn; en vergelijkt dezel-? ven naauwkeuriglijk met zijne vermogens. Om deze, reden , kan hij bij zijn befluit blijven volharden ; daar de ander dikwijls genoodzaakt is, hetzelve geduuriglijk te veranderen.

Eindelijk zeide ik, dat de ftandvastigheid zich openbaart, in de uiterlijke gedragingen, 't Is waar, het is den wijsten man niet mogelijk, om zich zeiven, in dit opzigt, altijd even gelijk te zijn. We-, der, gefteldheid van het bloed, gezondheid , gedragingen van anderen , die rondom ons zijn, kunnen niet misfen , eenen fterken invloed op onze handelingen te maaken. Een ftandvastig mensch is nogthands hierin ligtelijk van een' onvast man te onderkennen. De laatfte laat zich door zijne luimen regeeren; is het ééne uur vrolijk, luidruchtig, fpotüchtig: het ander knorrig, warsch van alle kortswijl ling, ondraaglijk. Heden is hij uw vriend, en doet U detederfte betuigingen zijner vriendfchap , en zijner, verkleefdheid aan uw' perfoon : morgen js hij uw vijand, of, zo hij zich al niet, als zoodanig een, om(rrend u gedraagt, zal hij u ten minftep zeev koel bes

hau-

Sluiten