Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

=C sa )-

dezer aardefmaaken; gij zult, eindelijk, nimmer reden vinden, om uwen Schepper te bedillen, of u over het gros uwer Natuurgenooten te beklaagen , en den ftillen nacht, die éénmaal zijnen fluier over alle uwe verrichtingen zal heenwerpen, onbekommerd en vrolijk te gemoete treden!

God zij met U, mijn lieve Vriend! ik heb erafiig gefchreeven— veel ernffiger, dan ik mij in den beginne had voorgenomen. Doch, gij zult den ernst van eenen man, die het graf met rasfche fchreden nadert, den ernst van uwen besten Vriend, geenszins ten kwaade duiden. Mijne wenken ten aanzien van de reize, welke gij door dit leeven hebt afteleggen , zullen u gewis niet ongevallig zijn: gij weet, zij komen uit een hart, welk vol is van vriendfchaplijke liefde, en zij lieunen op ondervinding — ja op eene ondervinding, welker zaligheid onbefchrijfiijk is.

Indien mijne krachten het gedoogen, fchrijf ik u nog nader: ik behoef u niet te verzekeren, dat niemand u opregter hemint, dan

uw welmeenendfte Oom

F. B. B.

VII.

Sluiten