Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

—C 514 )—

ten hoogften gelegen ligt, gedrongen te worden? _ die zal ook gewis bevonden hebben, dat de maatfchappelijke verëeniging .de bron is onzer meeste rampen ; dat de mensch niet alleen geene gevaarlijker vijanden heeft, dan zijne natuurgenootên; maar dat zelfs het natuurlijk kwaad, door onze ingewikkelde betrekkingen , uitgeftrekter en grooter wordt. Bij voorbeeld : wanneer eene groote en aanzienlijke Stad, genoegzaam geheel en al, door de vlam verteerd wordt; hoe veel minder ongelukkig zouden dan die duizenden niet wezen, wanneer deze ftad flechts een kleen dorp geweest ware 1 Hoe veel gelukkiger waren zij geweest, wanneer zij, gelijk Nomaden verftrooid, en van plaats tot plaats omzwervende, hun onderhoud onmiddellijk uit de handen der natuur ontvangen hadden ! Hoe veel weiuiger zoude dan het getal der ongelukkigen wezen , en hoe veel gemaklijker'zoude het eenieder vallen, omzijn ongeluk te torfenl Hoe veel minder zouden dan, in één enkel oogenblik, door één jammerlijk toeval, zo veele duizenden op éénmaal ongelukkig, en door oH-

telbaare behoeften beftormd kunnen worden?

Laat ons deze zaak grondig onderzoeken 5 doch eerst, volgends Rousseau, den zogenoemden natuur.mensch met waare trekken fchilderen , en dit fchilderij daarna met zijne fchets van de maatfchappij vergelijken. Vervolgends zullen wij ze beiden toetfcn; en eindelijk onderzoeken, waar de trekken juist, of waar zij onnaauwkeurig; waarde koleuren te fterk, of waar zij te flanmv zijn; wat te veel in 't licht, en wat te veel i„ de fchaduw , of wel geheel

in

Sluiten