Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DEUGD EN AARDSCH GELUK. 21

even min, hoe opgeklaard, of duister, dit denkbeeld en geloof, bij onderfcheiden volken, en in onderfcheiden tijd -vakken , geweest zijn. Immers, dit zoude wederom eene nieuwe bepaaling noodzaaklijk maaken; naamlijk, wat ondtrfcheid 'er zij tusfchen een duifter geloof, en verwarde denkbeelden-, en tusfchen ongeloof, en gebrek aan denkbeelden. Het is immers zoo vreemd niet, dat menfchen , ter goeder trtuwe, zich verbeelden, het een of ander te gefooven , hoezeer ze niet alleen de zaak niet gelooven , maar 'er zelfs geen beftaanbaar denkbeeld van vormen. Hoe nu eenig geloof', ftelling , of hoe men het ook gelieve te noemen, beroofd van klaare, welbevatte, denkbeelden, in ftaat zij, het wezenlijk verband tusfchen deugd en geluk intezien, is moeilijk te begrijpen. Doch ik befpeure, dat deze uitweiding mij , in weerwil van mij zelf, al'engskens zoude doen verzeilen in den metaphijfifchen oceaan, waarop het gezond verftand dikwijls zoo droevig fchipbreuk lijdt, en alwaar de heen en weder geflingerde wrakken mij veel te befchroomd maaken, om immer mijn hulk aan die gevaarlijke wateren te waagen.

Maar lat'en wij vastftellen , (om tot de oplosfing der gemaakte bedenking wedertekeeren, ) dat, indedaad, het geloof, en de overtuiging, van belooning of ftraffe na dit leeven , zoo algemeen en oprecht is, als men gewoonlijk denkt , dan nog is 'er, mijns oordeels , eene voldoende reden te ge-/en , waarom deze overtuiging geen' meerderen invloed op 'smenfchen handelingen heeft. Vooreerst, het vooruitzicht dezer toekomftige gevolgen is te ver in B 3 ver-

Sluiten