is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe bijdragen tot het menschelijk geluk.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

J5<5 Over het Danssen.

A. Ik verfta U volkomen , mijn waardfte ! en ik befchouw het met droefheid, dat een, op zich zelve onfchuldig vermaak , zo deerlijk gemisbruikt wordt. Maar kan de danskunst dat helpen, of kunnen wij 'er uit befluiten, dat het vermaak om te dansfen geheel ongeoorloofd zou weezen ? Dan moest het eeten en drinken ook ongeoorloofd zijn , want hoe veelen bederven zich niet door nnmaatigheid in fpijze en drank ? Dat de voordeden der danskunst door iets anders zouden kunnen worden vergoed , daar aan twijfde ik zeer. Het exerceeren der Soldaatenis, in dit opzicht, zeeker eene goede zaak, waarom ik het mijne twee jongens ook heb laaten leeren , maar van die uitwerking als het dansfen is het niet en is ook meer de zaak van jongens dan van meisl jes ; ik zie niet gaarne vrouwen met mannenhouding en mannen zeden. Maar, om weêr op de bals en danspartijen te komen , ik vinde dezelven toch wel een zinlijk maar even zeer onfchuldig vermaak, dan zelfs , wanneer men ze nu en dan herhaalt'. De mensch wil toch eene uitfpanning hebben, en waarom dan juist deze uitbanning niet ?

B. Uitfpanningen en zelfs zinlijke uitfpanningen zijn 'er genoeg buiten het dansfen ; bij voorbeeld • wandelen, kegelen , kolven , balflaan, op het billard fpeden en meer andere van die natuur.

A. Alle vermaaken , mijn vriend ! die even zeer aan groot mfbruik on 'erhevig zijn, als het dansfen ; en gij wilt immers niet alle zinlijke genoegens , om derzelver misbruik, opgeeven?