Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XII.

MICROLOGIE DER ZIEL.

(V e r v o l g.*)

Ik herhaal, niet zo onmiddellijk, dewijl allerleije ongefteldheden des ligchaams, 't zij meer of min merkbaar, in de ziel invloed hebben; doch die invloed gefchiedt alleen door de bijkomende persfing of lijdende aandoening van het zenuwgeftel.

De hersfenen nu verfchillen bij onderfcheiden menfchen in verfcheiden leeftijden zeer aanmerkelijk in hoedanigheid; dezen zijn vogtig, geenen droog, anderen matig gemengd: zij verfchillen ook in gedaante , zommigen zijn grooten , anderen kleinen, zij verfchillen ook in meer of mindere bekrompene en ruimere plaatfing, fijnheid en grofheid van dee« len, en in verfchillendé gematigdheid der vogten, welken in dezelven omloopen , en ze in verfchillendé trappen drukken. Dit alles fehijnt oorzaken daarteftellen, welke haare onnablijfbaare gevolgen achter zig naa fleepen, en welken door de vlijtige

be-

Sluiten