Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

232

MICROLOOIE DER ZIEL.

of keuze van het eene boven het andere vergezeld. Met geheugen toont deszelfs aanwezen, en doet zig ailengs meer en meer kragtig voor, tot het kind de jonglingsjaaren bereikt, als waarin het geheugen in deszelfs voortgang door de meer toenemende oordeelskragt achtergelaaten wordt, de meer fterke wrijving der nu meer lijvig gewordene vogten tegen de in hardheid toegenomen vastere deelen , welke de wanden der aderen en andere buizen des menfchelijken lighaams fterker fchuuren , verwekt eene geftadig toenemende warmte, die de hersfenen met dien vluggen geest bedeelt, waaraan men de verbeelding verfchuldigd is; de mensch is alsdan in den bloeijendften tijd, zijns levens, en gelijk aan een vuur, dat in den he* vigften trap van zijne branding is. Geduurig verwisfelen alsdan de denkbeelden, en vermengen zig, naannaate de natuurlijke warmte toeneemt, in verfchillendé combinatiën, die zo veel te menigvuldiger worden, als het geheugen meer voorwerpen, welke de inbeelding famenvoegen kan, bevat. Deze natuurlijke warmte houdt aan door het geheele vak des mannehjken of rijpen ouderdoms, en naarmaate zij heft end iger en gematigder wordt, is zij de bron der denkbeelden , die wij van het groottc'ic, edele, fchoone hebben. Met de toeneming der jaaren echter, fehijnt deze godlijke eigenfchap der ziele aftenemen, in reden dat de natuurlijke warmte begint te verminderen, de vogten optedroogen, en de weeke lighaamsdelen eene meerdere verharding beginnen te ondergaan: het

laatst,

Sluiten