Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

26 INLEIDING.

to95-

„ dat de Kerk van het heilige Graf is ver„ fchoond gebleeven , is alleen daarom ge„ fchied, dewyl door de menigvuldige Bede„ vaarten naa deze Plaatfen , geld in hun „ Land wierd ingevoerd, en zy gelegenheid „ zouden hebben , ora te plunderen en te „ rooven , wat hun niet goedwillig wordt „ overgelaaten. Zouden wy dan by deze al„ gemeene ellende , die in de Christenen ,, van het oosten, alle Christenen treffen moet, „ geheel koel en onverfchillig zyn kunnen. „ Een onzer Koningryken , zoude in ftaat „ zyn zulk eene geheele Natie uitteroeijen , „ en wat zouden zy dan niet alle, met ver„ eenigde krachten, kunnen uitrichten.

„ Dit, myne Geliefden! dit is de oorzaak, „ welke my bewoogen heeft, my tot dit „ Christelyk Ryk te wenden, en wel inzon„ derheid de Franfchen, wier yver voorden „ Godsdienst, van de eerde opkomst hunnes „ Ryks aan , altoos zeer groot geweest is, „ te overreeden , dat zy in deze heilige en „ verdienftelyke onderneming , de eerfte zyn „ wilden ,• wanneer ik niet twyfele, of „ de andere Mogenheden , zullen zulk een „ roemruchtig voorbeeld volgen, en alle „ hunne krachten aanwenden , tot eene ge„ heele verdelging der Ongeloovigen. On„ der de Baniere van den grooten God der „ Heirfchaaren , welke u door my vermaant „ hem te gehoorzaamen , en het Erfdeel „ zynes Zoons te verlosfen, moer uwe „ onderneming in allen opzichte gelukkig

„ Volgf

Sluiten