Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

12 Gronden der ' f. DEELv

Regulus, die door honger en flapelooshcid moeft omkomen.

De voorfpoed maakt buiten tegenfpraak een gedeelte van het geluk uit, (§. 14.) maar de onvermydelyke rampen en tegenfpoeden, waar mede men in dit leven teworftelen heeft, vernietigen het geluk niet. (§.14.17.) Derzelver kortfbondigheid ftrekt tot een' trooft in de zware fmerten ; de gewoonte maakt de langdurige pyaien draaglyk, en , behalvcn 't herdenken aan die geneugten, die wy gefmaakt hebben, en het aller aangenaam ft vertrouwen op de Godlyke Voorzienigheid, vindt de rampfpoedige zig ten hoogften opgebeurd door die levendigehoop, zo er al geene andere meer mogt overig zyn, dat er eens een gelukkiger Eeuwigheid voor hem zal geboren worden. ( §. 16.)

§. XXII. Door een verkeerd gebruik van zyne vryheid, kan de mensch *zig zeiven in den loop van zyn geluk hindeiiyk zyn , 't zy hy onkundig is van de regte kenmerken, die de ware van de valfche vermaken onderfcheiden, en van de juifte maat van die beide, 't zy hy in weerwil van zyne overtuiging ten goede, nogtans den tegenövergeftelden weg inflaac CS- 8.)

§. XXIII. Heeft dan . de Godlyke Voorzienigheid, om den mensch hier voor te hoeden, hem niet een' inwendigen waarfchuwer gegeven, die hem leere onderfcheiden, wat hen» nuttig is, en aanzette tot de uitwerking van het zelve ? In deze overdenking komen ons voornamelyk drie vragen voor, tot welker be-

fchou-

Sluiten