is toegevoegd aan uw favorieten.

Verhandeling, in welke de twee volgende vraagen onderzogt worden. I. Heeft een souverain het recht, om [...] verandering te maken in eene staatsgesteldheid [...]? II. Is het [...] van zijn belang, dat hij zulks onderneme?

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

fcen verftaat door heerfchen of regeefe?i. -énz. (*)

§ II.

Men denke niet, dat men de Monarchalemacht zou vernietigen, met in de Conftitutie te bepaalen, in welke gevallen de krijgsmacht den Vorst niet moet gehoorzaamen. Zoo men een andere macht in dert ftaat inftelde, zonder welks bewilliging de Monarch in zekere gevallen de troupes niet zou mogen verzamelen , of ergens heen doen trekken, en dat het van de voorzichtigheid en den goeden wil van dien macht afhing , zijne toeftemming te geven of te weigeren; dart zou de> Monarch billijke reden hebben van niet te vreede te zijn met zulk eene fchikking: want dan zou men zijn wil af hanglijk maaken van den willekeurigen wil van een ander, 't geert iets is, waar toe niemand, in hunne plaats i met genoegen zal overgaan. (Zie de aantee-

• ke-

(*) Zie bier na bladz. ic-5.

G 2.