Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN DEN R H IJ N S T R O O M, i?

kunftig gemaakt Uurwerk, in 1573 door den beroemden Sterrekundigen nicolaus copernicus uitgevonden; waarin een zeer groote menigte beweegende figuuren, die door raderwerk in werking gebragt worden, voorkomen; doch veelen derzelver zijn verroest en gebroken, en konden federt door geen Horologiemaakérs daar omtrent, wijl 'er te groote Mechanicke en Mathematifche kunde toe behoorde,herfteld worden; zo dat dit kunstwerk thands niet de helft van zijne werking doet; voords zijn 'er nog veele fraaije open' baare gebouwen in deze Stad, waaronder de Lutherfche Kerken, en die van St. Thomas uitmunten. De vestingen door den kuudigen vauban, in den jaare 1682, toen Koning l odewijk XIV deze Stad bcmagtigde, aangelegd, worden voor onwinbaar gehouden; terwijl het Kafteel of de Citadel i aan de Stad mede niet weinig fterkte bijzet: De Rhijn voert in de nabuurfchap dezer Stad eenige Goud-ftof aan, 't welk, bij gelegenheid van overftroomingen, op den oever blijft liggen, en door de Boeren rondom Straatsburg, greetig verzameld en verkogt wordt.

Den Rhijn, naa Straatsburg verhaten te hebben, laager afzakkende, treft men,geduurende eene geheele ftreek,niet veel bijzonder merkwaardige plaatfen aan;immers de dorpjens en kleine fteedjens Kei, Wilftab, Wantzena, Ofjemorf, Drufen, Walhuma, Jfenach, beflaan de beide oevers des Rhijns, tot aan Sell of Zeil, een klein fteedjen of Burgt, met een Abtdijc, oulings onder den naam van Selfa Rhenana bekend, hier vloeit een klein watertjen, de Seltz genoemd in den Rhijn.

Voords ontmoet men het fteedjen Lauterburg, en de dorpjens Hagenbach, Rhemzabem,Hert en b a d e n , de Hoofdftad van het Marquifaat, van Baden-Baden: de vermaarde Baden, welke ter dezer plaatfe gevonden worden, zijn het aanmerkehjkfte wat men in dezelve aantreft. Laager afzakkende, ligt, aan de andere zijde des Rhijns, een weinig landwaard in, de fterke vesting Landau, op de Rivier de Qiteich gelegen , cn bekend wegens deszelfs fterkte, als zijnde de fleutel van den Elzas naar de zijde van Duttschland; deze vesting fluit het grondgebied van den Elzas, van dat der Nederpaltz af, fchoon zij werkelijk op het laatfte gelegen is. 't Is weleer een Keizerlijke Stad geweest, doch bij den Munfterfchen vrede aan Frankrijk overgegaan

Aan de overzijde des Rhtjns liggen de fteedjens Etlingen en d ü rl a c h , de Hoofdftad van het Marquifaat van Baden-Durlach, van waar men, no* verder voortgaande, op dezelfde zijde der Rivier, aantreft

C Ger-

Sluiten