Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

228 IX. BRIEF

kunnen derhalven uit die ftandvastige ondervinding opmaaken, welk een oneindig verfchil daar moet zyn tusfehen het voortbrengzel van menfehelyke middelen en de uit* werkzels van die, welke zy zelve gebruikt, om zig te bcwaaren of te verdelgen. Maai* de bcfchouwing van het vernuft loopt te hoog boven de term van onze befchouwingen^ zy neemt betrekkingen te baat, welke wy niet bemerken. De bcgrooting van den Heer de euffon kan, niettegenftaande het vertrouwen, dat zulk een naam inboezemt, willekeurig voorkomen. My ftiptelyk bcpaalcnde tót het ontwerp, dat ik my heb voorgcftcld, wil ik alle de uitwerkfelen nader by malkander brengen, om de verfchillen minder groot maar tevens zeekerer, of ten minften "meer betoogende, te maaken. Wy zullen dan vastftellcn als een duidelyk gevolg, uit dc voorgaande proefnemingen , dat de term van de volftrekte koude laagcr is, dan dc duizendfte graad van den Thermometer van de reaumur.

Het is van deze bafis, het is van deze term, dat wy beginnen zullen om dc graaden van warmte 'te tellen, om de maatiging der lugt in den Zomer, met die van den Winter, te vergelyken.

Ais wy eene agtcrvolging van waarnemingen, geduurende twee-en- vyftig jaaren te Parys, in de grootfte Zomerhitte, gedaan , raadpleegen, bevinden wy, dat de gemiddelde hoeveelheid tusfehen die tweecn-vyftig waarnemingen is, van 26 graaden boven het vriespunt, en, dewyl wy ondcr-

iteL

Sluiten