Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL. 29

HA M L E T.

Ik zwicht!... helaas! natuur'. myn vader !

NORCESTES.

Kom, onderzoeken -wy dit wreed geheim liefst nader. Vrees in uw woeste drift, waar gy te flaafsch voor zwicht, Dat ge uw' verdoolden geest niet al te fpaê verlicht. Uw' vaders asch mag hier een ffillc rust verwerven: Spoor met my de oorzaak op van zyn tcontydigftcrven. Kan niet zyn lykbus, 't pand, aan 't duister graf gewj tl, In 't heimlyk aan zyn zerk ontrukt zyn voor een' tydf Ik durf my alles goeds van myn ontwerp voorfpellen. Welhaast zal ik dit pand in uwe handen Hellen. Straks komt de koningin: waarom haar niet getoetst' Vertoon haar de asch van haar' gemaal op 'ton verhoed;.-:. Dit onverwacht gezigt zal haar gewis ontzetten. Gy moet naauw' op haar oog,haar' Hand, haar houding lettew. Een fchuldig hart ontroert, verraad zichzelvc licht. En hierdoor kunt ge dan...

HAMLET.

Genoeg. Ik weet myn' pligr. Bewaar 't geheim... Men vlugte : ik zie myn moeder komen.

ZESDE T O O N E E L.

GEERTRUIDE, NORCESTES. GEERTRUIDE.

JVFyn zoon ontvlied me, ó goón ! wat reen doen hem my Tegen Norcestes. (fchroomen ?

Gy weet zyn hartsgeheim, mynheer, verberg 't my niet.

NOR-

Sluiten