Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

c 7 y

deeze dingen van hunlaf'gewend, en hunne zonden hebben het goede van hun geweerd; hunne Regters hebben de Weduwe geen regt gedaan , de zaak- der Weezen niet voortgezet , en het 'vonnis der Armen niet uitgeweezen ; hunne Proffeeten deeden leugenagtige voorzeggingen ; de Priesters juigde hun toe met handklapping, en het Folk was met zulke dingen gedient. En wezenlyk , God konde met zulk een Volk niet blyven , die ah het waare altoos zyne wyze fchikkingen dwarsboomden- Noodwendig moest die God van geregtigheid hen eens doen gevoelen, wat het te zeggen is, zyne larik* moedigheid te tergen, en hem tot wraak te noodzaaken Konde en moesten zy niet op hun hoede zyn tegen de onheilen, die zy daar naar moest©» verduuren ? Het ontbrak hen nooit aan waara Propheeten, die zonder bewimpeling hen 'er mee dreigde. De taal van Ifaias was zoo rond en verflaanbaar, dat 'er niemand aan konde twyffelen. Had hy niet gezegt ? (ƒ_) Want ziet de opper Heer, de Heer der Heirkragten, zal van Jerufalem en van ^fuda wegneemen, al wie kloek en fterk is, mitsgaders alle kragt van brood en alle kragt van water, den Held , den Krygsman, den Regter, den Propheet, den Voorzegger, dén Ouden, den Hopman, den geenen die deftig van gelaat is, den Raadsman, den verfiandigen Bouwmeester, en die begaaft is met het uitleggen van verkoole zaaken, en ik zal hun kinderen tot Vorsten geeven , en verwyffde mannen zullen over hen heerfchen, en het Volk zal op de been raakcn , de eene Man tegen den anderen , en Vriend tegen Vriend. En evenwel bleef Juda doof voor deeze bedreigingen; Juda gevoelde alle de gedreigde rampen en wierd ongelukkig.

Nin>

CO Ifei. III: i«$

A 4

Sluiten