Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op H. SCHULTENS. 3x

kennicott fchreef, en in het beste van allé letterkundige tijdfchriften plaatfle (20), maakte, door geheel Europa, zijne gronddellingen en bekwaamheden in dit vak bekend; en zijne nagelatene aanteekeningen zoo wel, als zijne brieven aan de beroemdde buitenlandfche geleerden, bewijzen overvloedig, hoe menigvuldig hij daar in arbeidde: maar diezelfde dukken toonen ook ten duidelijkfte, dat hij hier in, gelijk in alles, het juiste midden wist te houden tusfchen ligtvaardigheid en kwalijk geplaatde vrees. Hij hadt een' afkeer van de roekeloosheid , waar mede zommigen, het zij uit onbedrevenheid in de eerde beginzelen der Taalkunde, of door de dartelheid van hun te weelig vernuft, of door zucht naar ij delen roem vervoerd , de gewijde boeken behandeld hebben; hij oordeelde dus zeer ongun^ dig over de pogingen, die, om niemand uit ons Vaderland te noemen, houbigant in Frankrijk, geddes in Engeland, en een aantal geleerden en half-geleerden in Duitschland ter verbetering van den Hebreeuwfchen tekst hadden aangewend; en, onder de laatstgemelde natie, waren schnurrer en arnoldi, die, met eene genoegzaame maate van fpraakkunde toegerust , nimmer verbeteren, dan waar de nood eene verbetering vordert, bijna de eenigden, die hij als voorbeelden van gefchikce en gematigde

oor-

Sluiten