Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GEWEETEN S-V R IJ H E I T). 7

Wat onderneemt gij Vorsten en Heeren, dat gij de menfehen tot God drijft tegen hunnen wil en dank. 't Is noch uw amt, noch gij hebt 'err.de magt toe, om het te doen. Tot uitwendige Vroomheid zult gij drijven. Laat geloften geloften zijn; Laat gebod gebod blijven; nog wil Hij het niet, ten zij men het gewillig en met lust houde. En al, werden wij alle gek en dol, zoo zal Hij,om ons drijven en dringen wille, njet anders gezind worden. Hij zegt: niemand komt lot mij, tenzij dan dat de Vader hem trekkc. Is dit niet duidelijk genoeg? Lieve Heere God! De Vader moet trekken, en de mensch wil drijven.. Wat God niet ondcrneemt te doen, wil de arme worm zich onderftaan; nog meer, om door eencn anderen onwillige* te doen, het geen hij zelf niet doen kan.. Brief aan den Graaf van Mamfeld. 1524,

Wcereldlijk gebod zorgt alleen, dat alles op. aarde wel tocgaa, en dat 'er tijd!ijk voordeel uit vaortkomc. Maar de Paus maakt 'er een geestrijk voordeel van, en gebiedt vasten, feestdag», Weeding enz. Het doet 'er niet toe, dat het der wcereld tot voordeel ftrekt , maar het moet ons bij God voordeel aanbrengen; het moet de menfehen vroom- en zaligmaaken; en dit is het werk alleen van de godlijke geboden, en niet van die dingen, welken God niet geboden heeft.

Daarom kunt gij hier uit merken, wat w.j geweeten «noemen in de geboden, te weeten: het oogmerk en de rede der geboden, gelijk alvoorens aezegd is, Wcereldlijk gebod bedoelt en zorgt, ^ b A 4 dlt

Sluiten