is toegevoegd aan uw favorieten.

Menschkunde. Of Verzameling van de beste en voortreflijkste waarnemingen en ondervindingen over de menschen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'4* TOORN E N »W O E D K.

me gelegenheid vind om denzelven, in al zijne «ragt en bitterheid, over den geenen uitteftorten dien hij vermoedde dat hem beledigde. v Menfchen van een bloedrijk geftel worden ook toornig, en dan inzonderheid als zij in het genot van aangenaame gewaarwordingen en genoegens geftoord worden; want zij beoordeelen alles wat hun ontmoet uit het oogpunt van 't aangenaame of onaangenaame; dit is alleen de rigtfnoer naar welke zij de waarde en bekoorlijkheid der zaaken afmeeten. Eene zaak die tegen hunne neiging tot vrolijkheid ftrijd doet fpoedig het vuur van toorn in hun hart ontbranden, doch het duurd niet lang en gaat fpoedig uit; daar zij zich bij den toorn onge. fteld bevonden, zoeken zij zich zoodra moogelijk van denzelven te bevrijden. Rust en zucht om te behagen zijn de drijfveeren van de koelbloedigen (phlegmatici). Alles wat hem hiervan zou beroven houd hij voor eene belediging, en zet hem aan tot toorn. Deze toorn egter is kragteloos, en daar dezelve hem moeite veroorzaakt verdwijnd die ten fpoedigften. Lieden van een zwaarmoedig geftel zijn moeijelijk tot toorn te brengen. Aangenaame gebeurtenisfen treffen hen niet, en de fombere bevallen hun meer; hen kan derhalven altijd iets onaangenaams, eenig onregt, eene belediging treffen; maar hier door voeden zij hunne geneigdheid tot zwaarmoedigheid en treurigheid; hun zwaar

bloed,