is toegevoegd aan uw favorieten.

Aan de leezers van myn Uitlegkundig woordenboek van de schriften des N. Verbonds.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overzien»

44£

(„ van den afgodendienst," waaraan de volken waren oyergegeeven) overzien, Hand. X VII. 30. Het Griekfche woord faeeaSto betekent eigenlijk verachten, verfmaaden, gelijk het ook in de Overzetting des Ouden testament-s beflendig gebruikt wordt. Lev. XXVI. 43> Ta x^tfiara uz wr^&Sov (Zij hebben mijne inzettingen verworpen of veracht) Zie verder Lev. XX. 4. XXVI. 40. Num. V 12, en elders. Dus ook geen acht op iets flaan. Job VI. 14. frmeuij Hueis faeetSe uji, (des Heeren goedgunftigheid heeft mij veracht of geen acht op mij geslagen). Zie'ook Esth. XIII. 16. Deut. XXI. 16. Volgens dit beftendig gebruik des Griekfchen woords, Kan, God heeft de tijden der onweetendheid overgezien, betekenen, „God heeft met „ verachting op deeze tijden nedergezien" of, „ t^od heeft geen acht gejlagen op dezelve," welke laatfte betekenis, fchoon weinig van de voorige verfchillende, men, mijns achtens, hier te verkiezen hebbe, dewijl de Apostel hier niet zo zeer het oog fchijnt te nebben op Gods gevoeligheid (toorn) omtrent de gepleegde gruwelen, als wel op deszelfs barmhartigheid in het genadig vergeeven der bedreevene zonden.

ff P.