Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5ZO stigten. struikelen.

zaligheid." Zie verder Rom. XIV. 19/J XV. 2. 1 Kor. XIV. 5, 12, 26, enz. Dit, en het Artikel opbouwen, moeten famengevoegd worden, als zijnde in de Grondtaal hetzelfde Woord.

STRUIKELEN wordt doorgaans, bij ons, gebruikt van ligte Overtreedingen, meestendeels uit verzuim en onachtzaamheid voortkomende. Zulks echter is geheel flrijdig met het gebruik van het Grondwoord, 't welk van allerleie," ook van de „ zwaarfte overtreedingen," zelfs van „ volkomen afval van den dienst des Heeren," gebruikt wordt. Zie Rom. XI. 11. Matth. VI. 14, 15, vergel. met vs. 12. Efez. II. 1,5, en elders, alwaar in het Grieksch het fubftantivum jragczTrccfJUX, Misdaad. Hiernaar moet ook Jak'. II. 10. III. 2, niet van ,, ligte onachtzaamheden," maar van „ allerleie zonden," verftaan worden. Dus heeft het, 2 Petr. ï. 10, zijn opzigt op „ den volkomen afval van het „ Christendom," terwijl de zin is: Want dus doende, zult gij nimmermeer struikelen; „ nimmer gevaar loopen, om van het „ Christendom wederom afvallig te worden/' Aldus hangt het gezegde te famen met de terftond voorgaande vermaaning, van zig te benaarfligen, om hunne Roeping en Verkiezing (tot het Christendom) vast te maaken.

T,

Sluiten