Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tabernakel.

T.

1 ABERNAKEL betekent een los opgeflagcn Tent, waarvan zig inzonderheid de omzwervende Herders in het Oosten bedienden 5 in welken zin, Hebr. XI. 9, Abraham, gelijk ook Izaak en Jakob, gezegd worden "in Tabernakelen (in Tenten) gewoond te hebben, om daardoor derzelver ,, omzwervend leeven" aan te duiden. Zie ook Matth. XVII. 4. Luk. IX. 33. : Aldus wordt, in een figuurlijken zin, ons lichaam een tabernakel genoemd, om >5 de kortftondigheid van ons „ aardsch leeven" uit te drukken, 2 Kor. V. r, 4; van welke eenigszins duistere plaats reeds gehandeld is bij huis. Zie ook 2 Petr. I. 13 en 14. In tegenftellinge hiervan eeuwige tabernakelen, Luk. XVI. 9, voor „ duurzaam verblijf." Zie bij het Woord eeuwig.

Ook diende oudtijds zulk een Tent, volgens de Mozaïfche lnffcelling, overeenkomftig de gewoonte der Oude Volken, als „ eene „ zigtbaare woonftede der Godheid" onder de menfchen; tot welke Tent of Tabernakel zig alle uiterlijke eerdienst des Allerhoogften onder de Israëlieten bepaalde, als de plaats, waar God verbeeld werdt tegenwoordig te zijn; 't geen de reden is, dat door den dienst, of bediening, des Tabernakels meermaalen

den

Sluiten