Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

522 TABERNAKEL. TEELEN. TEKEN.

den gantfchen uitwendigen eerdienst'** verftaan wordt; waaruit van zelfs is af te leiden, in welk eene betekenis Christus, de Infteller van den waaren Godsdienst, Hebr. VIII. 2, een Bedienaar des waaren tabernakels genoemd, en, Hoofd. IX. u, door den volm aakteren tabernakel, die niet met handen gemaakt is, gezegd wordt, in het Heiligdom ingegaan te zijn. Te weeten, de vergelijking komt kortelijk hierop uit, „ dat, gelijk de Hoogepriester, jaar„ lijks ééns, in het Heiligdom (den zetel „ van Gods tegenwoordigheid) tradt, om „ verzoening en voorbidding voor het volk „ te doen; alzo Jezus Christus in het waare „Heiligdom (den Hemel, de weezenlijke „ woonftede der Godheid) is ingetreeden, om „ aldaar, als Hoofd der Gemeente, altijd bij „ God te zijn, zodat voortaan deeze Taber„ nakeldienst niet meer te pas komt."

TEELEN. Zie bij baaren en gebooren worden.

TEKEN wordt gewoonlijk genomen, om Wonderwerken uit te drukken, in zo verre deeze Tekenen waren der Goddelijke zending van hen, die dezelve verrigtten. Vanhier worden deeze woorden - fomwijlen famengevoega, Matth. XXIV. 24. Joan. IV. 48, Hand. II. 43. IV 30. VII. 36. XV. 12. Rom. XV. 19. 2 Kor. XII. 12. Hebr. II. 4. Aldus is

Mark. XVI. 20, het woord bevestigen door tekenen, „ door het verrigten van Won„ derwerken." Zie ook vs. 17.

Joan.

Sluiten