Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

30 ÏNLEII1ÏNG

kettersch. Evenwel hadden deze Hellenisten ook in Judea, ja zelfs te Jerufalem, eenige Synagogen.

Nopens de Esfeên zal vervolgens worden gefproken. Voor 't overige was 'er, in dit tijdperk, een menigte van Profelyten, dat is, menfchen uit andere volken, welke den Joodfchen Godsdienst aannamen. Zij waren van tweeërlei foort. Eenigen namen de befnijdenis, en alle andere Joodfche plegtigheden aan , en die wierden genoemd Profelyten der rechtvaar* digheid, of volkomen Profelyten, Anderen erkenden wel den God der Hebreeuwen voor hunnen God, maar bekreunden zig, verder, over geene ceremoniën en gebruiken : en de™

den genoemd Profelijten der poorte, 0f onvolko. men Profelyten. >

48. Roe was de flaatkundige toejland in dit zesde tijdperk?

Tot dezen tijd brengt men de aanftelling van den hoogen Raad of het Sanhedrin, beftaande mt Mannen, welke in jaaren, deugd en verband uitftaken, en door wier aanzien de magt der Asmoneeuwfche Voriten en Koningen, dikwerf, eenigzins bepaald wierdt.

49- Rh

Sluiten