Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zo lang het kabblend zout zijn vrije (handen fchuurt; Zo lang zijn markt, en fchat de noeste koopvaart (tijvcn;

Zo lang, bij zulk vertier, de groeij der wél vaart duurt; Zal bij 'r uakoomlingfchap BouiLLé in agting blijven.

Dan; daar de westerkust der Franfchen lof trompet, Word ook hun deugd vermeld in de Ooster-win gewesten:

De Suffren,op wiens kruin Mercuur de fcheepskroon zet, Gaf zijn hernomen fchat der Maatfchappij ten besten.

TRiNCONOMaLE werd, als èèr, 's Lands eigendom! „ Uw Vorst, (welk prijslijk doel!) „had d'oost- en westcrlanden

„ Slegts aan den Brit ontvoert, zig toegeëigend, om, „ Bij 't treffen van den vreê , door zo onfchatbre panden,

„ Den Staat te flerken met zo zwaar een tegenwicht." Wat onverwagt geluk voor Neêrlands vese'ge Staten!

Wa^ blljdfchap voor den Belg! wat fchoon vooiüitgezigt! Wat zeldzaamheid ! Nu fchand, en fchaa, deTuinmaagd baaten.

Zo werd door Frankrijk aan het kwijnend Nederland Een vrêe, fchoon luisterloos, op 't onverwagst gefchonken!

Zo werd de olijftak in 's Lands vrijen tuin geplant! Zo mag de Lelie daar, met eedlen fieraad, pronken.

A 4. Kom

Sluiten