is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerredenen en verhandelingen, ter verdeediging van den christelijken euangelischen godsdienst.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< io3 y

heerlijkheid des Vaders , ook alzoo in nieuwheid, des leevens te wandelen ; met Hem worden wij veréénigd door het geloof alleen , maar het echt geloof, dat ons christus en aller ziiner weldaaden deelachtig maakt , moet werkzaam zijn in de liefde en leevendig door alle vruchten der gerechtigheid ; zonder geloof is het onmoogliik God te behaagen , maar zonder beiligmaakmg zal niemand Hem zien. Nu , Geliefden ! als gij deeze dingen van één fcheidt, die God heeft zaamengevoegd , als gij in den weereldzin en eigenlust volhardt , en de roeping van het Euangelie tot heerlijkheid en deugd verzondigt , en echter U vleit met de beloften , of U verbeeldt , dat de jongfte fnikken uwes leevens voldoende zijn om naar een Heiland te vraagen , wien gij , uw leeven lang , gehoor geweigerd of alleen in fchijn gediend hebt; met één woord, indien gij jesus tot een dienstknecht der zonde maakt; zijt gij dan geene vijanden van zijne Grootheid, en wel zoo veel erger vijanden , als gij meerder overtuigd zijt van de waarheid en zuiver in de belijdenis van dezelve ? — Maar laat ik U dan ook zeggen (want de nood is mij opgelegd) Deeze zal groot zijn , in weerwil van uwe verfmaading. Die Grootheid zal Hij zelve handhaaven, en eeven onveranderlijk zijn in zijne bedreigingen als getrouw in zijne beloften. Hoe ontzinkt U dan in het uur der vergelding, alle ingebeelde grootheid ! Hoe rampzalig zal die herdenking zijn : „ Ik had groot kunnen zijn door jesus chris! „ tus, die mij heeft willen zaligen; maar ik j, ben, om dat ik de weereld liever had dan God, „ en het kort genot der zonde verkoos boven „ eene beftendige gelukzaligheid, gezonken in „ een verderf, waar van niemand de fchuld G 4 tf, heeft a