Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( r8 )

Eindelijk, naar vs. 24-26., een aantal fchijnvriendcn , waar van de een dit, de ander dat oogmerk heeft, omringt ons : de bedrieger draagt ons niet alleen haat toe, maar zeeven grouwelen zijn. zaamgeknoopt in zijn hart, doch, fpreckt gij hem, gij zult 'er niet alleen niets van merken, hij gelaat zich vreemd met zijne lippen, maar hij fineekt zelfs met zijne ftem, zijne betuigingen zijn enkel vriendfehap, hij ademt liefde, maar gelooft hem niet, hij nodigt u, om te letten op uw hinken, hij bezoekt u, om u te verfchalken, hij buigt zich laag om u den voet te ligten, hij kuscht u om u te verraaden, en de Joab zegt u: is het wel met u, mijn Broeder! om U te zeckerer den dolk in het hart te drukken: — fchoon nu of dan wel eens het masker ontvalt, en; tot zijne eeuwige fchandc, zijne boosheid in de gemeente geopenbaard wordt. f

Alle deze woelgeesten (zoo vervolgt de gekroonde wijsgeer in onzen text) verwrikken de rust, de orde, en het genoegen van de zamenlecving, rusteloos zoeken zij hunnen naasten te bederven , men graaft listig een kuil, om den geencn, die in den weg ftaat, te doen inftorten, doch dik\vils valt dc kuilgraaver 'er zelve eerst jn. — men werpt ftcencn, om anderen te treffen , mcar meenigmaal ftuit de fteen pp den geencn te rug, die hem geworpen heeft.

Laaten wij een weinig dieper in dc letter en het oogmerk der gelijkenis indringen,

1 _x A. ïn

Sluiten