is toegevoegd aan uw favorieten.

De achtste maart 1791. Of Plegtige leerrede op den XLIII{sten} geboortedag [...] van [...] Willem den Vijfden.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

<• 13 ■>

Stroeve, naare Staatskrakeelen,

Vijandinnen van de Deugd, Zal mijn blijde lier niet fpeelen

Op een dag van enk'le vreugd, 'k Zong, toen 't nood was, onbewimpeld, Schoon de Nijd het voorhoofd rimpelt,

Domheid doof voor reden is : Maar, bij 's Vorften blij verjaaren, Klinken mijne zilv'ren fnaaren

Eendragt en vergiffenis.

* * * Rustig, Burgers! laat de banden

Van de vriendfehap en de trouw Snoerzels zijn van hart en handen,

Voor het heil van *t Staatsgebouw. Waar heeft Tweedragt ooit bevoordeeld? Lang genoeg reeds bevooroordeeld ,

Lang genoeg misleid door fchijn. God is met Oranjes Helden, Laat dan zelfs de Duivel fchelden,

Moet hij niet verwonnen zijn ?

Ziet de Kind'ren , in wier aders

't Oude bloed nog tint'lcnd vloeit, Dat in hunne Grootevaders

Voor Oranje heeft gegloeid: Speelend vleit het dart'knd Kindje Om een nieuw Oranje-Lintje,

Ciert 'er vrolijk *t fpeeltuig mee', Trotsch op flrik en zijden franje Roept het: „ Vivat Vorst O r a n je.' "

En de Godheid hoort die beê.

* * * Grijsheid, die op krukken hompelt,

Denkt aan kwaaien noch verdriet, Lacht om 't geen de wangunst mompelt,

Voelt den last der Jaaren niet. Adel, Rijkdom, Burgers teevens, Knielen voor den God des leever.s,

En 't gew-jde Prieflerdom Zwaait de fchooiifle wijrooks - geuren rDïe de lucht en wolken fcheuren ,

Daar 't gebed ten Hemel k{om.

* é é

N«ar_