is toegevoegd aan uw favorieten.

Grondbeginselen der zedekunde in aangenaame verhaalen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DER ZEDEKUNDE. 110

en zelfs de gasten de brokken uit de hand haalden. -

Men had nog geen middel weeten uittevinden, om zich daarvan te ontdoen, fchoon de Koning geheele tonnen gouds beloofd had, als iemand zulk een middel konde uitvinden.

De vreemdelingen dit hoorende , zeiden tot den Koning, dat zy een dier hadden mede gebragt, 't welk alle deeze rotten en muizen zoude dooden ; en bragten vervolgens hunne kat in het vertrek.

Toen had gy eens moeten zien , welk eene verbaazende neêrlaag de kat aan de muizen toebragt! Binnen den tyd van een half uur, was 'er in 't geheel vertrek niet één meer te zien of te hooren.

De Koning was over dit geval zo verblyd^, als of iemand hem een geheel Koningryk had gefchonken; en dewyl hy onnoemelyke fchatten bezat, gaf hy voor die kat eenige tonnen gouds. Nu ging het fchip wederom terug.

De koopman had niet zodra gehoord , hoe veel gouds de kat had opgebragt, of hy deed den jongen by zich komen, verhaalde hem H 4 zyn