Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOONEELSPEL. 8J

felix.

„ En ik, ik zou kwynen. Had ik noch maar eene „ zuster, die myne droefheid met my deelde.

louise. .

„ En ik dan; was ik zo gelukkig, dat ik noch „ een broeder had, dia myne fmert verligte.

felix.

„ Ach! waarom zyt gy myne zuster niet!

louise.

w Helaas! waart gy myn broeder! ja, zo gy uw va. „ der verloor, zou ik uwe zuster zyn ; ik verbeel „ my, reeds die te zyn; myn tedere broeder!

felix.

„ Myne lieve zuster!

ACHTSTE T O O N E E L.

louise, felix, aan den tafel; armand, met een Jles in de hand.

armand, ter zyde, hen gereed ziende , tm eikanderen te omfrelzen. Best! Waarfchouwen wy hen vriendelyk, f/j hoest, en fchreeuwt, van verre. Hem! hem! Geduld; ziedaar kom ik;

Te.

Sluiten