Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOONEELSPEL. 25

TRENCK.

Dit ftaat aan my.

Hy ttont den fteen, op welken een doodshoofd, onder den naam van Trenck, uitgebyteld is.

Gy ziet dit doodshoofd op dien fteen, Vervaardigd voor myn graf, waarin ik niet alleen Zeer veilig daalen kan, maar 't kan my zelfs verftrekken Ten weg, om hier vandaan naar elders heen te trekken. Dit onderaardfche hol loopt op de vesting uit. By't nadren van den nacht, mynheer, was myn befluit Hier uit te gaan en me op de grenzen te vertoonen. Zie dus de waapnen, die myn' arbeid zouden loonen. Zeg, twyfelt gy nu aan de kans nog van myn vlucht 'k Verlaat my op uwe eer, en ben geenszins beducht Of gy zult, als het voegt, getrouw, uw woord vervullen. BORCK.

Maar noem, opdat wy iets met vrucht verrichten zullen, Noem den Soldaat, door wien uw brief zou zyn befteld Aan uwe zuster...

TRENCK.

Zo die naam moet zyn gemeld...

Zyn naam...

B S

ELF.

Sluiten