is toegevoegd aan uw favorieten.

De Haagsche correspondent

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

88 DE HAAGSCHE CORRESPONDENT.

maarzy is hec heiligdom en cieraad van onzen , van'sLandstuin, en daar in moet zy op het voetftuk ftaan -Zoals de Regenten dir hoorden, was alle iver by her. gedaan, z& trokken fagtjes hunne fcrouders onder het beeld weg. en lieten het maar weerglyën; men kon mejklyk aan hun gelaat zien , <iat het hun fpect. dat zy moeite hadden gedaan , om de Vryheid te zoeken , om dat zy nooit ge.fagt hadden , dat de Burgers ze als hun goed zouden befcbouwen , maar ze geruit oi'erJaatefl aan de Regenten, fommige zelis toonden met hunne gebaarden , dat ze haar maar weer in de Prinfelyke modder wilden Roten, —boe't ook ging, of de Burgers fmeekten, of niet, dat zy tog de Vryheid op. haar eigeplaats me «ouden helpen brengen, het was vergeefseh gefluit:--Schoon zy juifl niet zo vlak tegen den imii in dorften werken; zy wilden tog niet, dat de Burgers het dan maar aileen zouden dragen, daar het weezen moeft, voorgeevende, dat dat hun werk niet was, dat zy het maar zouden befchadigen, en zo voorts; — het Volkje van Mynheer den Prins zag dit met blydfchap, wast dat beeld» hoe veragt by hen, moeft hun fpeeipopblyven, (kyk, het was alïyd nog goed voor hun , om 'er naa te fchieten,als naa de Papegaai of de fchyf,) die vereenigden zig met de misnoegde Regenten , nu toen wierden de klantjes onmanierlyk liout; ze toonden gezigten aan de Burgers, dat je 'er van zoudtgefchi ikt hebben; ze befpotteden hen; fcbolden hen voor roervinken , die zig bemoeden met zaaken , die Je Overigheid alleen aangingen; ze verboden hun geen woord meer te reppm van de Vryheid; ze ftelden zelfs een ruiter en een foldaat, om optepaslen, dat de Burgers

geen handen daar aan Boegen; MaaróSinjeur ! toen was

het in een ogenblik gedaan , de Burger.? zagen woedend

en veragtend op dat volk, en fchenen dooraldat dreigen zig niet meer te lasten vervaaren, dan of 'tr in Noorwegen een pan van *t dak viel; —zy haalden alle te gelyk tuin geweer van onder hunne rokken , hielden dat in de eene nand, vatten met de andere het beeld zelve op, en maiIcheerden er met zoo'n vasten tred mee weg, ui''er niemand meer was dan zy;-. de Prinfeklantjes en de Regenten keeken elkaer zo verftomd en wezenloos aan, als of ze het te Keulen hoorden donderen ; maakten eindelyk van den nood eeij deugd, en volgden de Burgers, zonder te kikken , fchoon zy het zo droevig en gemelyk deeden, als of zyin een lykftaaifie gingen, - daar mee watdeklugt uit.

VVord'sw>-ekelyksalomme by de meeste Boekverkopers, a Stuiver uitgegeven.