Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE HAAGSCHE CORRESPONDENT. 151

ren zy krek luidjes naar de Haagfche finaak, wondcrlyk wel tol Raden gefchikt, — en dan — luister nu Vrind Gosse , dan wierden die handelbare lui op een iyst gezet, die de Luitenant Stadhouder daar van maakte, netals een boerenfchout van de beesten onder zyn district, allemaal na rang en order , zo dat de Luitenent - Stadhouder, niet alleen die voorgefcbikte Raden, maar ook de Bumery jaren en tyden van te voren wisten, wie dat 'er in

de Vroedichap komen moest: men zei tejren elkander

byeen Vacatwur ,,. nu moet die.... Raad worden, en de

„ volgende keer die .... en dan die " Kyk na eens

ter deeg uit uwe ogen Vrindje, en oordeel of God die Raden in hunne posten heeft gezet, óf wel den invloed van den htimeiyken Souverain der Provincie, ik meen Mynheer den Stadhouder?

Nogthans zyn 'er enige weinige Raden, weike nietdoor die dievendeur, maar iangs een eerlyken weg in den Raad zyn gekonlen.

'Er was nog een middel, door welk men in den Raad

alhier kost komen; luister Vrindje Gosse! het zyn

zaken van gewigt, en die iets meer ten haren faveur hebben, dan uwe Courant grapjes, en wel de waarheid; — luister dan bid ik u.

Gy hebt wis 'in 's Hage wel gekend, zekeren bejaardeVryer, namenslyk den Heer, Heriogus, Veldmarfchal. kus, Ontmannus, Agtkantus, (hy had . verfcheide namen, want zo onfatzoenelyk hy was in zyn Cara&er en daden, zo fatzoenly.k was hij in zyn geboorte, ) dezen Heer nu was ongemeen verliefd op het HollanJs Goud, en dit was niet te verwonderen, wast toen hy de Gals in een vreemd Keizerryk ontvlugt, met open armen hier wierd ingehaald, was hy zo ryk als een uifgeveend Land; wanneer nu iemand, naar een' Ampt dorftende, een goudregen op het dak van dien Heer Hertog-as Agikantm wist te doen vallen, die dan door een vuile goot, die Secretaris wierd genoemd, in de Regenbak van Mynheer Agtkantus afliep , dan verkreeg hy het geen hy negeerde: wat zegt gy 'er van vrindje? —denkt ee

dat als een Heer duizend halve Goude Ryders voor zyn Raadsplaats geeft, en dan zweert, dat hy 'er riemand om heeft aangezogt, veel min die gekogt, dat het dan een

heilig, zuiver werk is? wie oordeelt gy, dat zulk

een

Sluiten