Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

fi4ti h E T" boek

Hoofd] XI. vs. :

i t

Nu zeide holofernes tegen haar: „Houd ,, moed, Juffer! wees bij u zelve niet bevreesd, alzoo ik nooit iemand leed gedaan ,, heb, die' begeerte hadt, om nabuchodo,, nosor, den Koning der geheele aarde, te • ,, dienen: Ja zelfs, indien uw volk, dat het j, gebergte bewoont, mij niet verfmaad hadt, „ ik zou geene fpies tegen hen hebben op„ geheven, maar zij hebben dit zich zeiven ■>■ „ aangedaan* —- Wel san, zeg. mij, waarom „ gij van hen gevlucht, en tot ons overgekomen zijt. — Gij zijt zeker! tot uw be„ houd hier gekomen — hebt goeden moed, gij zult niet alleen dezen nacht, maar ook „vervolgends, in het leven blijven; alzoo ,, er niemand is; die u zal beledigen, maar, ,, men zal u weldoen, zoo als zulks aan de „ dienaren van mijnen Heer , den Koning „ nabuchodonosor, gefchiedt."

Dit beantwoordde judith, als volgt:,, Neem ,, de redenen aan van uwe flavih, en dat uwe „ dienstmaagd , in uwe tegenwoordigheid, „ fpreke! ik zal mijnen Heer, dezen nacht, „ geene leugentaal voorhoud*. Ja , indien gij de redenen van uwe dienstmaagd ge„ hoor wilt geven, zoo zal God, ten uwen ,, behoeve, dezen oorlog volmaakt uitvoeren, „ en mijn Heer zal in zijne voornemens niet ;. „ te leur gefield worden. Ja, zoo waar na,, buchodonosor , de Koning der geheele j, aarde, leeft, en bij het vermogen van

yf hem,

Sluiten