Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

korte aanmerkingen

God; wie dit in zich verzwakt, of niet niet het geweten in het naauwfte verband zet , moet in hoogmoed op zijne deugd, en allengs ook tot de laager trappen van hoogmoed, vervallen." linde.

vs. 21.] Niet aangeboren enz] Te weten, als men opklimt, tot de eerfte fchepping van den mensch, dien God goed gefchapen heeft. pred. VII. 29. — Ik twijfel echter, of dit de a.ening van den Schrijver zij. —

vs. 22.] Het menschdom beftaat uit twee hoofdfoorten, deugdzamen en ondeugenden.

vs. 24.] Weder een laater bijvoegzel.

vs'. 27. Is grooter dan enz.] De godvruchtige wordt naar waarheid vereerd, maar de Vorst dikwijls alleen uitwendig, terwijl hij, flecht zijnde, naar verdiende, met het hart veracht wordt.

vs. 28. Eenen wijzen flaaf.] Men denke aan eenen eliêzer , den flaaf van abraham.

vs. 29. Verbeeld u niet enz.} De zin kan ook zijn: Verbeeld u niet te groot te zijn, om te arbeiden enz.; en het volgende vers fchijnt dezen zin te begunftigen.

vs. 31. Verheerlijk enz.] Denk befcheiden van uzelven.

vs. 34.] „ Wordt de arme, ook zonder uitwendige voorrechten, geëerd, wanneer hij deugd en verdienfte heeft; hoe veel meer, als die voorrechten hier nog bij komen ? En verfchoont men in den rijken zijne dw asheid en ondeugd niet, fcboon ona zijne uiterlijke pracht kan begoochelen, hoe veel min ?al men ia den armen zulks doen?" linde.

HOOFL)*

Sluiten