is toegevoegd aan uw favorieten.

De post van den Helicon.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 68 )

Terwijl ik u bier over fchrijf, en mijne gewaarwordingen pieê deel, gevoel ik eersc recht dat ik leef! 't Is? fchoon, niet waar? Doch de Donder van Bellamy in zijn laatfié werkien Gezangen, is heel wat anders, dunkt ine. Men zegt dat deeze Oden en Gedichten van Kleyn fenthnenteel, zijn. Ik weet eigentüjk niet wat dat is, en ik geloof dat gr veelen in mijn geval zijn. Jk weet nogthans wel dat er hier en daar iets in gevonden word dat mij mishaagt... ik weet niet duidelijk te zeggen, waarom: men voelt dat er iets aan hapert, even, als of men door een' moeielijken onaangenaamen weg geleid wierd om iets fchoonste zien : dat mep .afgemat is eer men zo verr' komt: en het naauwjijks met een oogwenk gezien hebbende, te rug getrokken wierd om langs dien zeiven weg weerom te keeren. Zo het dit is — doet men wel zich tegen het fentimenteele te verklaaren. Doch het komt mij voor, dat fommigen zq zeer niet tegen dezen weg, als tegen het fchoon verfchiet zijn — of liever dat zij voor dat fchoone geen oogen hebben.

Deeze gedachten heb ik aan fommigen daar ik zo van tijd tot tijd mee omgaa, wel eens mede gedee.'t, doch er wierd mij op geantwoord : dat er dit wel een foort van was, doch dat het in 't generaal er niet op toegepast kon Worden. Die oude Zangfier, daar ik u in mijn voorgaande van gefprooken heb, zei mij: dat dit, het foort van fenttjnentaliieit was, waar in het Land (een onlangs uitgekomen Werkje in de Brievenlaan, en doorzaaid met Versjes uit de Kalfjeslaan) gcfehreven was. Ik lieb geen' tijd langer te fchrijven : dewijl ik dezenademiddag mijn woord bij een Zangfiér fo de Duivels hoek gepasfeert heb, om daar een kopje thee te drinken, en dan vervolgens een kleine wandeling naar den sektimentee len Weg te doen, daar het tegenwoordig zo verfnakelijk is, om de veelvuldige Qasfag* en drukte, die er thans plaats heeft. In mijn volgende zal ik u melden hoe |k het daar gevonden heb. Na mij in uw beftendige liefde en genegenheid aanbevolen te hebben , noerae jk mij

Waardste Vriend!

Uw altijd liefhebbende

PHILOMUSAi

X< beb mijne Iczei j het vervolg over den Elius en de, Fahny in nïïjrji voorgaand' N6. beloofd. Na't bericht, in. dat N°. geplaatst , zal de eerfie zo' raadfelachtig niet ^neer zijn. Och mijn lieve menfehen! 'k zal u niet op-