Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

^

D A M O N,

HERDERS K LAG T.

JD)e blonde Dageraad, uit Tithons arm gerezen,' Vertoonde 't aardrijk naau den luister van baar vveezen; Naau groette't pluimgediert den blijden ucbtendflond, Welke al de paerels thans weêr gaerde van den grond, Die de avond, korts gcleón, verfprtidde langs de dalen: Of damon, Doris zoon, ging in het eenzaam dwaalen, Daar ganfche nachten, zelfs tot aan het morgenrood, Geen malfche flaap meer, als voorheen, zijne oogen floot, Door droefheid afgemat; gefchokt door bange droomen» Dus zwervend langs het veld, klaagt hij aan beek en boometi Zijn ongeval; hoe al zijn wellust, al zijn vreugd, De fehoone laüra, 't puik der herderlijke jeugd, Thans, met heur fchaapjes, uit de vette klaverweien Van 't weclig Waterland, naar elders was gefchcien.

V i Des

Sluiten