Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

26 VADERLANDSCH

de, konde echter by zeeker berigt niet loochenen , dat hy, na den middag, verzeld van eenen ou,, derling , en nog eenen derden, de meest verfierde plaatfen der ftad doorgewandeld, en de vlag„ gen, eereboogen, en vreugdekroonen befchouwd j, had, voorgeevende, dat hy de kleine arget'meek,, te liefdegiften had laten gepaard gaan met eene vriendelyke, en ernftige vermaaning, om zig voor ,, dronkenfchap, buitenfpoorigheid, oproerigheid, ja zelfs den minden fchyn daar van, zorgvuldig te wagten , waar toe hy zig, als burger, als 3, Chriften, en als leeraar, verpligt oordeelde" (pj. Wy zullen niets anders aanmerken op het gedrag van deezen veinsaard, die zig, by de voorige llaatsomkeering van 1747., reeds had doen kennen, en naderhand nog zo veele blyken van diezelfde geestgeiteldheid gaf, als dat hy , als Chriften , en leeraar, zeer wel wist, dat niet alleen het zondigen, maar vooral ook de aanleiding tot zondigen, vermyd moet worden, en dat de vreugdebedryven van het gepeupel, als dezelven gezogt, en van zo veele geweldaadige voorbereidzels voorafgegaan zyn, zonder een wonderwerk altyd op ongereegeldheden uitloopen. Wy zullen hetzelve liever gelyk (lellen met dat van den burgermeefter van der Heim , die eerst door zyne knegts de zakkendraagers had doen opruien, om een verzoek te doen tot het toellaan der bewufte eerepoorten tegen 8. maart; die aan de gildebroeders, toen zy hetzelve werkltellig maakten, had aangeraaden, om dat verzoek door hunne overlieden te laten herhaalen, op dat het daar door meerdere legaliteit, en plegtigheid hebben mogt; die hun dat verzoek door de kamer van burgermeefteren, zonder voorkennis van den hoofdofficier, en fcheepencn, had doen toeftaan; die, op dien dag zelvcn door het midden van den oproerigen hoop rydende , denzelven minzaam groette; en eindelyk aan zynen meedeburgermeefler Bogaert, naderhand om zyne braafheid in eene vereerende balïingfchap ge-

Ü.QÏ-

(pj Neder!, pxaiv. 1783. bl, 446—45(5,

Sluiten