is toegevoegd aan uw favorieten.

Frederik de rechtvaardige; tooneelspel.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERDE BEDRYF. èOf

Ik zal u, myne Heeren! de Tooneelen doen zien, die my de oogen geopend hebben. Gy zult nader bewust zyn van die ongerechtigheden. Twee vraagen, uwer wysheid voorflcllende, zullen de gordynen dier fchandelykheden, doen oprollen; Hoort dezelven.

Als men een Vonnis teegen een'Boer wiluitfpreeken, die men zyn Waagen en Ploeg, en alles heeft afgenoomen, waar van hy moet leeven, en zyne fchatting betaalen, kan men dan Vonnisfen dat deze mensch fchatting betaalen zal?

Neen .'

Kan men eenen Molenaar, wien het water om te maaien ontnoomen is, en hy dus niets verdienen kan , zynen Molen ontneemen, om dat hy geen pagt betaalt? Neenl

Neen—neen, is uwe aller antwoord, myne Heeren! Het antwoord van my, van elk redelyk weezen, ja van het gehecle menschdom, indien men door geen eerelooze neiging word aangezet. Dit neen, dat op zoude gaan, van der fchaamlen hut, tot de hoogftc ftandplaats op Aarde, als er van daar tot daar op geantwoord moest worden.... Dat terftond voort zoude koomen uit den mond van den, enkel naar het licht der reden handelenden, Wilden, zonder dat hunne raadgeevende Godheeden 'er over ondervraagd wielden. —— Dit neen .... met verontwaardiging gedenk ik hier aan.... Dit neen, O heeft