Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OUDE RIDDERS.

25

A. Natuurlyk zyn alle Menfchen aan elkanderen volkomen gelyk, en hebben evenveel magts; maar eertyds nam men van de oude Duitfchtrt hooge rangen over, die ontleend waren van waardigheden , goederen of geboorte, en zodanige rangen of magt fehreeven zig deeze Edelen toe. (45)

34. V. Hoe kreegen zy hier zo veel magts? • A. In de XI Eeuw waren onder de Edelen

de Ridders, als de hoogstwaardige Mannen , te voorfchyn gekomen, die, tot hun zevende jaar, door Vrouwen onderweezen waren in den Oorlog, in de Liefde en in den Godsdienst. . .

35. V. Verder. . . . ?

A. En daarop, in laater jaaren, na voorafgaande plegtigheden van vasten en bidden, door Paus , Keizer, Koning, Leenman of Edelen tot Ridder geflaagen. f46)

36. V. Wat moest zulk een Ridder doen? A. Hy was vcrpligt, alle dagen de Misfe te

hooren , Godsdienst en Staat te befchermen, 0ngeloovigen te beftryden, den Keizer te gehoorzaamen, Weduwen, Weezen en verdrukten by te liaan (46) 3

37. V. Wat is uit die vreemde inftsiling voortgekomen?

A. De zogenoemde dooiende Ridderfchap , die zo fterk door cervantes in zyn fraai en verltandig Boek, Don Qjiichot genoemd, befpot en vernederd is geworden. (46, 47)

38. V. Maar eer die noodige vernedering voorviel . . . ?

A. Eer die gebeurde , lieten zy zich zeer veel vcorlUan, onthielden zich od hunne Landli 5

Sluiten