Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

xi. boek. historie, %?

door andere Friezen mogt aangetast worden. De Hertog, hen voor als noch met de wapenen niet willende, of niet durvende aanvallen, maakte met hun een verdrag van vrede voor den tijd van twintig jaaren, en verlengde hetzelve eerst van jaar tot jaar, naderhand voor eenige maanden, en eindelijk, den zestienden van hooijmaand 1396, voor weinige dagen. Midlervvijl zat men van beide kanten niet uil, 'T fcheen nu en dan, dat de twist tusfchen de Vetkoopers en Schieringers fliep; doch zoo dra zich eene gunitige gelegenheid aan de eene of andere zijde opdeedt, begon die tweefpalt met dubbel geweld te woeden; waar van het bloedige gevecht, nabij Arum voorgevallen, en door muitzieke kloosterlingen aangehitst, ten bewijze flrekken kan. Onaangezien die inlandfche oneenigheden, dachten echter de Friezen van Oostergo en Westergo op hunne algemeene beveiliginge tegen allen aanval van buiten, en floten, gelijk reeds twintig jaaren vroeger, zoo ook nu een verbond met die van Groningen, om het land en de vrijheid wederzijds met goed en bloed tegen uitheemfche Vorrten en binnenlandfche magtige Heeren tebefchermen. Daarenboven voorfpelden zich de Friezen veel goeds van den Utrechtfchen Bisfchop, die met hun een' vasten vrede voor duizend jaar en dag maakte, en beloofde, dat, indien de Hertog van Holland, of eenig buitenlandsch Heer, vijandlijkheden tegen Friesland wilde ondernemen, de Bisfchop en zijne opvolgers daar aan geene hulpe met raad of daad bewijzen, noch den ■ vijand door 't Sticht van Utrecht, tot hinder

of

Gevtcln bij Aruia, in Julij

I380.

Nader ver>oiul der Friezen mee de Gro ■ ningers.

i3§1-

Ook mee den Bisfchop van Dtreckt.

1395»

Sluiten