Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XVI. Boek.

HISTORIE. 223

voorzichtig was 't, dat Karei zich terdond, bier, vijanden maakte, te meer, om dat hij noch geen uitzicht hadt op ruste buiten de grenzen zijner heerfchappije, vooral op vrede met de Gelderfchen.

De uitlandigheid van Hertog Karei van Gelder deedt wel de vijandlijkheden, zelfs na 't uitgaan van 't bedand, flappelijk voortzetten , doch niet geheellijk achterblijven. Groote Pier, een Friesch Overde,en'thoofd der Friezen, die de Gelderfche zijde hielden, maakte de Zuiderzee onveilig, en deedt den Hollanderen groote fchade, tot dat een goed gedeelte zijner vloote, in bloeimaand des jaars 1516, doör den Hollandfchen Admiraal,Floris van Egmond van IJsfelllein , bemagtigd werdt. Het wreede voorbeeld van Grooten Pier, om de krijgsgevangenen in zee te fmijten , wettigde geenzins de ruwe gewoonte van de Hollanders, om de Gelderfche krijgsgevangenen als zeeroovers te handelen en met de galge té ftraffen. Noch in dit zelfde jaar gelukte het den Gelderfchen, Nieuw•poort bij Schoonhoven- te verrasfen. Ook fchehen zij een' toeleg op Oudewater en Woerden te hebben. De Hollanders daarentegen vielen in de Veluwe , en richtten aldaar groote verwoestingen aan, die hun, in 't volgende jaar, rijkelijk betaald gezet werden , zonder dat of de verheffing van Karei tot de Koninglijke waardigheid, of zijne' verbindtenisfen met den Koning van Frankrijk, den moedwil der Gelderfchen beteugelen -konden.

De vriendfchap met den Koning van1 Frankrijk rekende Karei voor. zich van 't1

hoog-

Selder"che oor-

I5l6.

)nderlaudcliaj

Sluiten