is toegevoegd aan je favorieten.

Nieuwe Nederlandsche jaarboeken, of Vervolg der merkwaardigste geschiedenissen, die voorgevallen zyn in de Vereenigde Provincien [...]. Een en twintigste deel. MDCCLXXXVI

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zótphen.

Raport van den Generaa Spenglei aan de Staten,

324 NIEUWNEEDERLANDSGH& .

mee hec uicerst verlangen te gemoet zag het waal» jen der witte Vaandels, dog dac my het genoegen niet is gelaten, om, volgens de incencie van Uw Ed. Mog. en van Zyne Doorl. Hoogh , zonder eenig geweld in de Stad te komen; want dat zelfs rna verloop van maar twee uuren der drie geac! cordeerde uuren, men van de Stads Wallen met, het Kanon heeft begonnen, tevuuren , waarvan verfcheiden Kogels langs onze voorposten en hec front van myn Corps pasfeerden.

Dat ik vervolgens,1 genoodzaakt zynde door hef. gem. geweld, myn dispofitie tot eene attaque formeerde , en het Regiment van Zyne 1 Joorl. Hoogh., den Heer Erf Prins, hec welk zig onder myne orders bevond, deed rangeeren op den regter vleugel van myn Corps , detacheerde voorts zes Ruiters aan hec hoofd Artillery, dekkende vootts dezelve met eene Compagnie Grenadiers van den Heere Erf Prins,1 en gelaste den Ritmeester de Bruin, de hoogtens voor Hattem opteryden én te fianqueeren tot kort onder de Stad, en maréheerde immediaat, op een Colom , door dë allëe naar de Homoetfche Poort, alwaar nog fterk gevuurd wordende, ik eenige Houwitzers Grenaten in de Stad liet werpen en eenige Kanonfchooten doen.

Dat het Kanon continueereride te vuuren, ik al het Gefchut deed avanceeren en myftelde aan het hoofd der Trouppes, en voldeed zo fpoedig mogelyk was aan myne orders, om onder het Gefchut: der Stad te komen, het welk dan ook volmaakc gelukten; doch toen ondervonden wy eenig Musquetten vuur met groote Wolfshagel, of kleine Loopkogels, waar van men er negen a tien in een Patroon gevonden heeft, welk men op onze ba. jonette gewaar wierd» continueerdeondërtusfchen het Kanonvuur; dat ik. terwyl de Grenadiers de Poort open maakten en wy inmarcheerden, tot myn groote verwondering ontwaar wierd, dat, de