is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe Nederlandsche jaarboeken, of Vervolg der merkwaardigste geschiedenissen, die voorgevallen zyn in de Vereenigde Provincien [...]. Twintigste deels eerste(-derde) stuk. MDCCLXXXV

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

J3Ö2 NIEUWE NEDER LANDSCHE

WyfcbH Duur-

STB DE.

WedsrAntw.

van die

van

Wyk.

onze Stad een integrerend Lid vaa de Souveraine vergaderinge dezer Provintie was, ons nimmer in bet verbond van Unie hebben begeven, alsonvtrmindord en met voorbent uuing van onze Stad en Ingezetenen van dien, derzelver fpeciale en particuliere Prevüegien, W\heden, Exemtien, statuten, loffelyke en welberbragte Costumen, Ufancien, en alle andere onze Geregtighcde;), waarby wy ons dan ook by vervolg hebben gemaintineert, als wy by ce articulen , gefloten tus» fchen Geeligeerden en Ridderlcnap dezer Provintie, den i3February 1587,. nevens de Stad Utrecht, en verdere (leden , expresfelyk hebben bedongen, dat Geëligeerden en Ridderfchappen hen met zullen bemoeijen met bet nellen van de Magiüraat in deze Mad, mitsdien de Magiftraats bcltelling, met het geen daaraan dependeert, nimmer gebiagt is tot de bemoeijmgen van UEd. Mog., het zy men de Leden van UEd. Mog. op zigzelven, of tezamengevoegd, befchouwe; maar ïs deze Stad even a s de Stad Utrecht, ditpoïncT: aangaande, zoodanig gebleven by haare oude Regrten tn VY etten, dat zy tot het maintien in dezelve zeer te regt van UEd. Mog. heeft gereclameerd den eedop het Reglemen van den jare 1674» waarby wel uitdrukkelyk is bezworen, om dedrie Leden van de Staat, waar van deze Stad een integreerend Lidis, by derzelver Privilegiën, Handvesten, en Geregtigheden. als ook by de oude wettige en welherbragte Costurnen , tc zullen vooritaan, defendetenen handhaven. •

Wy herhalen derhalven, Ed. Mog. Heeren. onze furpriefe, dat Uiul. Mog., tegens onze Stads Regten en Privilegiën aan, het fouverain gezag van UEd. Mog. vergadering zouden begrypen te willen exterdeeren over onsStedelyk Regt f concernerende als voorf-t. onze Magiftraats beftellingen, waartoe onze Stad en derzelver Burgeren en Ingezetenen zoo zeer in haar geheel zyn gebleven, dat wj onder geen ander ver Rand, dan

daf