Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WILLEM LEEVEN D. 37

dags onder het kerkuur; want dan gaat onze Kapteiii, die altyd 's ogtends onder het.gehoor gaat, zyn flaapje neemen; en dan fnurkt hy zó, dat ik my zelf niet verftaan kan. En men kan cvel om een uur te leezen geen kamer overhoop haaien: maar ik weet nog wel wat uit het Woord. En jy kunt met Ryzig even gelukkig zyn, als jen Vriendin met haar aanftaanden Man. Maar dan moet je jen Man zo geen afjagt geeven. Wel foei, ik zie daar zo veel lelyks aan, voor zulke jonge kalven. Jy moest den mynen eens tot jen Man hebben; zei jy boe, hy zou ba antwoorden. Wel, een goed woord vindt een goede plaats. Het is my lief, dat je jou voor Grootje Ryzig zo weet in te binden: nu, het eene mesje houdt het andre in de fchede. Zo is 't, van vreemden wil men alles hooren; ik zal je evel zeggen, waar 't op ftaat, wy zyn geen gevonden maagfehap.

Wees nu zo wild en zo vliegig niet'; loop nou niet met tien zevenhaasten de trappen af; en doe toch een halsdoek om; je zult het alles moeten, bezuuren; en dan zal Holland in last zyn. Ga niet halve nagten uit; nu, daar heeft een Bagyn voor gebeden. Bram zou jou halve nagten uitgaan ! Ja hy zou! Ik mag dan Tante Klos weezen zo veel als je wilt, Tante kan wel zien door een plank, daar een gat in is; wel hooren wat of de Damiaatjes te Haarlenrluijen. En daar zeg je mc niet van. Wel fchaam je jou niet, daar je daar C 3 zit?

Sluiten