Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WILLEM LEEVEND. 22 j

De Baron is niets dan een Edelman; en heeft tut, fchynt het , zich in 't hoofd gezet, dat des Stamhouders dood moet gewrooken worden. Zyn vermogen is, in onzen hoek $ al zeer groot; en de Vosfenjagers , met Wie hy in eene domme woeste eensgezindheid leeft, zyn altoos van zyn gevoelen. Myne Vrouw verzoekt my , u dit te melden , of het den ongelukkigen Jongeling te ftade kon komen.

Niemand moeit zich buiten my met zyne fchulden , ten zy er fchulden van eer mogten te betaalen zyn ; waar aan ik niet twyfel. Eene vorige historie met dien zelfden Heer Leevend heeft my de beste gevoelens van zynen moed ingeboezemd ; en een knaap , die moed heeft, kan geen flegte knaap zyn. Ik zie den dood van myn Neef niet voor een groot ongeluk aan; zyn liederlyk leven en fchandelyke verteeringen beletten my dit. Ik ben misfehien niet geheel vry, van het geene men in Holland (alwaar ik ook ftudeerdc,) AdelykePrejugées noemt; maar zie evenwel duidelyk , dat Adel zonder verdiensten geene aanfpraak maaken kan op de achting van verftandige vrye menfchen. — Van Goudenftein had al de gebreken van een laag karakter , domme verwaandheid en flegte opvoeding. Wat was er te wagten , als hy eens genoeg beteekende , om in eene Academieftad ittentie op te wekken ?

Hm

Sluiten