Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1

-WILLEM LEEVEND. f

zy haar Man veels te veel ontzag; en dat onze Gerrit zo een regte Griek was , die maar zyn hoofd volgde , en dat Moeder mal goed was. Maar zy fchreef dat alles veel geleerder; doch hier kwam het t«ch meest al op neer. Maar, Nigtje , wat word jy en jen Man in dien Brief gepreezen! om dat je alle bei zo met onzen Witn begaan zyt. En zeit die wyze Mevrouw zo, ., men moet alle dwaalende Schaapen te regt

„ brengen." „ Ja, dagt ik, Willem is wel

„ een fchaap, een goed kalf mag ik zeggen. En „ dat eene Moeder haar Kind nooit mag los laa„ ten. En dat het dan van kwaad tot erger liep, ., en dat Wim zo heel liegt niet was; en zyfprak „ dat alles zo fchriftuurlyk: En dat Neef Ryzig „ Christelyk deed, met zo uit zyn eigen oogen „ te zien , en het ergfte niet wilde gelooven; „ want dat het fpreekwoord , liefde bedekt al„ les, maar waar is. En (zeit die Mevrouw,) „ het is lafheid, zyn Kind aan den duivel over

te geeven, op dat men een lieven Heer aan zyn „ Man zou vinden; en dat God de Heer dat aan

zyn oud volk Isz«rajel verboden heeft. En, „ zeit die geleerde Mevrouw, het is beter, dat ,, het eens in huis davert, dan dat eene Moe-

der, om haar Man in een goed humeur te hou„ den, haar Kind voor de galg laat opgroeijen." Dit heb ik ten minften uit dien godvrugtigen Brief zo omtrant begreepen, fchoon haar WelEdele het A 4 wat

Sluiten